Topsport & Zorgbestuur

Een onderzoek onder sporters & bestuurders over presteren op het hoogste niveau 

Een onderzoeksproject van Maarten Janssen & Kim Putters 


Ik herken dat die vergelijking (tussen sport en bestuur) vaak wordt gemaakt, omdat heel veel mensen die niet in de sport werkzaam zijn, heel graag geassocieerd willen worden met topsport op de één of andere manier. Terwijl ik vind dat dat best wel van elkaar verschilt. Waarom, omdat in veel gevallen de topsportwereld veel zwart-witter is, dan eigenlijk bijna de rest van de wereld. Je wordt kampioen of je verliest. Je traint veel of je traint te weinig. Alles daar tussenin leidt tot niks. Is in ieder geval het adagium in de sport - schuine streep - de topsport. En dat maakt het dat het dus ook, nou ja, wat hardere en rafeligere randen heeft soms. Dat is elders minder. Omdat die emotie, die hele extra laag onder topsport - in je professionele bestaan - helemaal niet aan de orde is. Dus dat zijn wel verschillende dynamieken die daar een rol spelen. 
Citaat van een oud-olympisch atleet 


 
Inleiding 
In dit onderzoeksproject staan gesprekken centraal met individuen die op topniveau presteren in hun specifieke vakgebied: de sportwereld en de wereld van de zorgbestuurders. Wij - Maarten Janssen, programmadirecteur bij het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur en Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit – onderzoeken wat er voor nodig is om aan de top te presteren en om daar blijvend succesvol te zijn. Wij doen dat aan de hand van gesprekken met (ex)topsporters en (ex)bestuurders over uiteenlopende thema’s binnen de centrale doelstelling van het onderzoek: inzicht krijgen in de overkoepelende patronen en onderliggende principes van het streven naar, en de wil om het goed(e) te doen als bestuurder of topsporter. We gaan in gesprek en vragen sporters en bestuurders naar hun bespiegelingen op wat het vraagt om op het hoogste niveau te presteren. Hieronder leest u een nadere toelichting op het onderzoeksproject  
 
Doelstelling 
Dit onderzoek gaat voorbij de vergelijking tussen de sport en de zorg welke al veelvuldig gemaakt is. Zoals in de openingsquote bovenaan deze pagina te lezen is zijn er grote verschillen tussen sport en zorgbestuur. In dit onderzoek leggen we de werelden van sport en zorgbestuur - en de individuen die daarin aan de top actief zijn – niet langs elkaars meetlat. Het project is er niet op gericht om vast te stellen of het werelden van verschil zijn; maar juist om te kijken of er ook een wereld te winnen valt door op zoek te gaan naar onderliggende principes. We maken de confrontatie tussen twee werelden productief door een duidelijke centrale thematiek te onderzoeken: het vermogen om aan de top altijd het goede te doen, dat goed te doen en bovendien zichzelf afvragen wat goed is. In dit onderzoek gaan we op zoek naar welke principes individuen in sport en zorg hanteren om succesvol om te gaan met de opdracht die hen beide voorligt: de drive hebben en houden om continu te presteren. Daarin gaat het ook over het op de toppen van het eigen kunnen presteren van het individu in de specifieke rol en de vraag wat daarvoor nodig is.   
 
Op deze wijze verdiepen we de vaak gebruikte metafoor van ‘besturen is topsport’. Vanuit het vertrekpunt dat sport en zorgbestuur van elkaar kunnen leren willen we inzicht geven in overstijgende patronen en onderliggende principes van het streven naar succes met een focus op de rol van het individu en diens betekenisgeving in de specifieke context waarin men werkt.   
 
Theoretisch kader 
In onze zoektocht naar onderliggende principes in de wereld van topsport en zorgbestuur zijn we op zoek gegaan naar de innerlijke wereld van het presteren. In het onderzoek maken we op verschillende wijzen gebruik van bestaande literatuur om onze bevindingen theoretisch te laden. Het theoretisch kader bestaat uit 3 onderdelen.  
 

‘Reflective practitioners’ 
 
In de eerste fase en publicatie focussen we vooral op het belangrijkste instrument dat er is om een topprestatie te leveren: jezelf. In een context waarin continu wordt gevraagd om een topprestatie te leveren en die prestatie te verbeteren is de bestuurder of de sporter zelf degene die het verschil maakt. Reflectie helpt om dat instrument te ontwikkelen en zo beter te worden als mens, als professional, en als sporter of bestuurder. Wij maken in dit project gebruik van het concept dat we lenen van Schön, i.e. we zien onze respondenten als 'reflective practitioners'. Reflective practioners (Schön, 1983) zijn individuen die in staat zijn door reflectie en reflexiviteit te leren van hun ervaring(en). Het is het vermogen dat – in de woorden van Beaty (1997) – x jaren ervaring onderscheidt van 1 jaar ervaring x keer herhaald. Reflective practitioners hebben het vermogen ontwikkeld om te reflecteren op het eigen handelen en de onderliggen motieven, houdingen en waarden die aan het handelen ten grondslag liggen. Zij verkennen of hun eigen veronderstellingen juist waren en of de interventies effectief waren, vaak in interactie met collega’s die hen ook bevragen op hun handelen. Het is deze reflectie die we in de gesprekken hebben opgezocht, om zo impliciete kennis expliciet te maken. Door onze gesprekspartners te zien als reflectieve practitioners kunnen we in de op zoek naar hoe individuen betekenis geven aan hun ervaringen over presteren aan de top. 


‘In search of excellence’ 
 
Een onderzoek naar de vraag wat er voor nodig is om blijvend succesvol te presteren aan de top is ook uit te leggen als een zoektocht naar het in staat zijn te excelleren. We maken daarom ook gebruik van de management-klassieker ‘In search of excellence’ van (Peters & Waterman, 1982). In dit werk definiëren de auteurs acht principes die verklaren waarom bepaalde organisaties het blijvend goed doen. Dit Amerikaanse werk is gebaseerd op onderzoek naar reeds goed presterende bedrijven uit verschillende industrieën. Hoewel het werk al dateert van vele tientallen jaren geleden en het niet specifiek gaat over de zorg, is het werk nog altijd een waardevolle inspiratiebron voor het denken over op hoog niveau presteren en wat daar voor nodig is. De acht principes die Peters & Waterman definiëren gaan over: een focus op actie; een obsessie voor wensen van ‘de klant’; het promoten van experimenten en interne competitie; groot respect voor individuele werknemers; waardegedreven van uitvoering tot hoger management; een duidelijke focus van het portfolio; simpele structuren en een grote organisatorische flexibiliteit. Deze principes vormen tezamen een goed referentiekader en zijn een inspiratiebron voor dit onderzoeksproject. 

 

‘High Performance Organisations Raamwerk’ 
 
Het HPO-raamwerk biedt antwoorden op vragen rondom wat er voor nodig is om prestaties op een duurzame manier te verbeteren. Het verschil met ‘in search of excellence’ raamwerk is dat het onderzoek een niet bedrijfsmatige focus heeft doordat het vooral gaat over een cultuur die excelleren mogelijk maakt. Het definieert wat maakt dat organisaties blijvend succesvol kunnen zijn; daarmee gaat het duidelijk over structureel in plaats van incidenteel succes. De vijf factoren die de Waal (2016) definieert en die worden gezien als de vijf universele factoren van excellent presteren zijn: (1) de kwaliteit van het management; (2) openheid & actiegerichtheid; (3) een langetermijngerichtheid; (4) focus op continue verbetering en vernieuwing en (5) kwaliteit van medewerkers. Ook deze uitgangspunten en principes vormen tezamen een goed referentiekader en zijn een inspiratiebron voor dit onderzoeksproject. 


Een inkijkje in de voorlopige resultaten 
De eerste fase van dit onderzoeksproject bestaat uit 22 goede en diepgaande gesprekken met (ex)-topsporters en (ex)-zorgbestuurders over de onderliggende patronen en principes in het presteren van individuen. Deze gesprekken gaan over verschillende onderwerpen binnen het thema van presteren aan de top: denk hierbij aan voldoening, succes, drive, onzekerheid, het belang van talent en training, legitimatie en draagvlak, de persoonlijke motivatie en het vermogen om te verbeteren maar ook het besluit om te stoppen. Op deze wijze verkenden we de continue zoektocht naar verbeteren en het oneindig streven naar succes in de afzonderlijke dagelijkse werkelijkheden van het handelen in de praktijk van alledag. De resultaten geven een duidelijk inzicht in hoe zowel topsporters als zorgbestuurders hun rol zien, beleven en invullen. Thematisch gaat het daarbij bijvoorbeeld over…. 
 
….het maken van keuzes en de meetbaarheid van je succes: 
 
 

Ik vind het dus wel makkelijker, en zeker als individuele sporter, om dus tijdens je sportcarrière, die keuzes dus zo bewust te maken. En alles daarop gericht te hebben. Terwijl dat dus nu in de gewone wereld veel lastiger is omdat je merkt dat daar zoveel krachtenvelden en andere belangen bij komen kijken, dan wordt dat dus wel lastiger om een keuze te maken. Omdat je gewoon beïnvloed wordt door andere mensen. En ik denk dat ik, die keuze in mijn sport heb durven maken, omdat ik vol vertrouwen was dat het ergens toe leidde. Ik wist niet per se dat dat nummer 1 zou worden. Maar wel dat die potentie tot groei en excelleren erin zat. Terwijl ik dat nu in mijn keuzes moeilijker vind vast te grijpen. En omdat ik die overtuiging dus niet heb, vind ik het ook heel lastig om keihard die keuzes te maken. En word je sneller beïnvloed om dus maar weer een beetje bij te stellen of water bij de wijn te doen. 
Citaat van een oud-olympisch atlete 

 
Het gaat hier over hoe lastig het kan zijn om grip te hebben op de eigen prestaties. Het is lastig als bestuurder om feedback te ontvangen over hoe goed je het doet. In het onderzoek verkennen we hoe je dat wel kunt doen. Welke mogelijkheden er zijn om een situatie te creëren waarbij je weet of je op de goede weg bent.  


 
dat wat het kost om onder druk te kunnen presteren; bijvoorbeeld kijkend naar de sociale omgeving van een sporter en/of bestuurder: 


 
Daar in je directe omgeving merk je dat wel, ik moet zeggen, mijn partner en vader, die gingen eigenlijk altijd mee naar het toernooi. Dus die vonden dat heel mooi. En die ondersteunden dat juist heel erg. Dus die vonden dat heel leuk. En ik denk juist daarom dat ik ook de vrijheid had om dat altijd te doen. Ik merkte alleen wel eens bij vriendinnen die niet zo sportief waren, dat ze het niet zo heel goed begrepen. Dat je daar zo druk mee was. Misschien is het zo, hoe bekender je sport, zal ik maar zeggen, hoe meer, hoe beter externe mensen het ook begrijpen, als het ware. Ik had wel het gevoel altijd dat mensen het aan de ene kant heel interessant vonden. Omdat je er natuurlijk veel mee bezig was. Maar aan de andere kant, ja, ik was natuurlijk nooit bij feestjes. Of ik had wel eens, op een gegeven moment kreeg je wel eens te horen van vriendinnen dat ze zeiden, ja, ik had je maar niet uitgenodigd want je kan toch nooit.
 
Citaat van een oud-olympisch atlete 


 
Het gaat hier ook over wat je ervoor moet laten om op topniveau te presteren en welke impact dat heeft op de sociale omgeving van de sporter of bestuurder. We verkennen in het onderzoeksproject hoe topsporters en zorgbestuurders omgaan met de negatieve impact die het werk kan hebben op hun familie, vrienden en breder het sociale leven. Dan gaat het ook over het belang van een ondersteunende omgeving en het vinden van een goed werk-privé-balans, en vooral wat je daar zelf in kan doen.  


 
….de noodzaak om te blijven vernieuwen. Zowel binnen het systeem als juist in en aan de structuren van het systeem zelf. Het gaat over de noodzaak om te innoveren voor eenieder en de relatie die dat heeft met het systeem waarin je actief bent: 
 


Dat dat iets is wat we natuurlijk heel veel ook zien in de zorg, dat er niet motiverende systemen voor innovatie zijn. [...] Het systeem dat misschien vandaag of gisteren een goede prestatie mee heeft helpen tot stand brengen, maakt dat de kans heel groot is dat dat het falen van de toekomst zal zijn. Dus dat je niet moet gaan geloven in het systeem rondom die prestatie, omdat dat misschien wel juist de valkuil is.
Citaat van zorgbestuurder 


En dus ook over de noodzaak om jezelf opnieuw uit te vinden en de zogenaamde ‘paradox of embedded agency’: hoe verander je een systeem waar je zelf onderdeel van bent? In het onderzoeksproject staan we stil bij deze vragen en reflecteren we met zowel bestuurders als topsporters op de mogelijkheden die hiertoe zijn.  
 
…de rol van kritiek en feedback op het eigen presteren. Maar vooral ook over hoe je die organiseert op een wijze dat je een spiegel voorgehouden krijgt en de feedback op een constructieve manier kunt organiseren: 


 
Ja, dan begin ik bij mij bij het thuisfront. Mijn echtgenote en mijn kinderen zouden mij nooit de kans geven dat ik raar gedrag ga vertonen. Dus als ik weleens iets vertel, waarvan ik dacht, nou, dat is toch wel best indrukwekkend. Dan zeggen ze, ha ha, goh, stoer zeg pap. Nee, maar ik denk dat het ook het mensbeeld is van elkaar helpen. Bijvoorbeeld als je bestuurder bent of toezichthouder, dan moet je permanente feedback inbouwen. Dus ook in functioneringsgesprekken, jaargesprekken, is altijd de vraag van, joh, ik ga iets zeggen over jou, maar ik wil ook dat jij iets zegt over mij. Doen we het nog goed? Steun ik je nog voldoende? 
Citaat van een voormalig zorgbestuurder 


 
Het gaat hier over wat je als topsporter of zorgbestuurder zelf kunt doen om die feedback te ontvangen en waar je dan rekening mee dient te houden. Zo onderzoeken we de noodzaak tot intervisie, coaching en peer-review maar krijgen we ook grip op de complexiteit die dat met zich mee brengt en hoe lastig het is om echt eerlijke feedback te ontvangen én daar goed mee om te gaan. 
 
Bovenstaande fragmenten uit de resultaten van deze eerste fase van het onderzoek laten zien dat de gesprekken die zijn gevoerd veel meer waren dan een standaard interview met voorbereide vragen; ze waren een reflectiemoment, een co-creatie van kennisuitwisseling en in vrijheid denken over belangrijke vragen rondom ons centrale. Het onderzoek loopt dan ook nog. De resultaten op de andere thema’s zullen we in onze publicaties vanzelfsprekend verwerken met ruimte voor anekdotes van onze respondenten.  


 
Vervolg van het onderzoeksproject 
Op dit moment zijn wij druk bezig met het uitwerken van de resultaten van de eerste fase van het onderzoeksproject. De verwachting is dat er in de loop van 2021 een publicatie verschijnt met de belangrijkste inzichten op hoofdlijnen. Deze publicatie geeft inzicht in de onderliggende principes en thema’s die in de eerste serie gesprekken naar boven zijn gekomen.  
 
In het bredere onderzoeksproject 'Topvorm' zullen we op verschillende manieren doorgaan met het onderzoek en de verdieping en uitbreiding zoeken. Na het verschijnen van de eerste publicatie start de tweede fase van het onderzoek waarin nieuwe data zal worden verzameld en waarin een verdere verdieping op specifieke thema’s zal plaatvinden, onderzocht met nieuwe doelgroepen. Vanzelfsprekend komen deze mogelijke vervolgen en verdiepingen van het onderzoek met nieuwe vragen en mogelijkheden voor nieuwe onderzoeksmethodes als focusgroepen en observaties. De focus blijft daarbij op het thema van presteren op het hoogste niveau.  
 
Wij houden u ook via deze website op de hoogte van nieuwe stappen. Ten tijde van de verschijning van de eerste publicatie zal Erasmus Centrum voor Zorgbestuur hier op meerdere wijzen aandacht aan besteden.