Volgens socioloog Hartmut Rosa leven we in een tijd van razende stilstand. Voor veel mensen is dit herkenbaar: dat wat we moeten of eisen (of verlangen) altijd meer wordt, zelden minder. En dat geeft druk.
In ons Centrum is dit niet anders. Ook wij hebben te maken met kwaliteitseisen, prestatiedruk, concurrentie én eigen ambities. Tijdens onze jaarlijkse heidag keken we terug op een bewogen eerste half jaar en keken we vooruit naar wat er nog aan stond te komen. Het gedeelde gevoel was ‘het is veel’. En we vroegen ons af hoe we dit moesten duiden. Als razende stilstand of razende vooruitgang?
We probeerden er grip op te krijgen door onze eigen werkbeleving onder de loep te nemen: de ervaren werkdruk en werkgeluk. We gingen hiermee aan de slag met behulp van het job demands-resources model (JD-R model). We zijn tenslotte een academisch instituut, dus werken we volgens de principes van evidence based management. Aan de hand van het JD-R model bezonnen we ons enerzijds op de eisen en ambities waar we mee van doen hebben en anderzijds op de aanwezige hulpbronnen. Ieder voor zich vroeg zich af: hoe staat het met de balans daartussen? Wanneer kom ik in de problemen en wat of wie helpt mij dan?
Twee dingen vielen mij bij de bespreking op. Als eerste dat tijd een bepalende én beperkende factor kan zijn. Er kan sprake zijn van momentum om iets op te pakken. Dat geldt bijvoorbeeld voor Dutch Quality Movement (zie pagina 7). Al langere tijd zochten we naar een nieuwe manier om het werken aan een kwaliteits- en leercultuur structureel te ondersteunen. Met meer aandacht voor kwaliteit door de ogen van patiënten en professionals en voor passende zorg bijvoorbeeld. De samenwerking met KU Leuven, die het Flanders Quality Model (FlaQuM) ontwikkelde, bood ons de kans hier een belangrijke stap in te zetten. We hadden het gevoel ‘nu is de tijd rijp’. En dus gingen we als een razende aan de slag. Met veel ambitie en energie. We stonden maar kort stil bij de vraag of we er tijd voor hadden. Sterker nog: we legden onszelf een strakke deadline op voor de ontwikkeling. En zo kan tijd zowel je vriend als vijand zijn (of worden).
Het tweede dat opviel is dat de collega’s elkaar als belangrijkste resource benoemden. Collega’s hebben aanvullende kennis, informatie of ingangen bijvoorbeeld, waar je afhankelijk van bent. Het helpt ook als je weet dat je er niet alleen voor staat. Dat jouw last een gedeelde last is, waarbij je een beroep kunt doen op je collega’s. Even samen opladen, even samen de schouders eronder zetten, maar ook relativeren en lachen. Terwijl iedereen eigen taken heeft, een eigen rol en verantwoordelijkheid en persoonlijke ambities, hebben we elkaar hard nodig. Als kennis- en informatiebron, maar ook als spiegel, medestander en coach. Dit uitspreken naar elkaar gaf al verlichting, zo leek het wel.
Op weg naar huis vroeg ik me af: hebben we nu de vraag beantwoord of onze werkomgeving er een is van razende stilstand of razende vooruitgang? Of is deze vraag helemaal niet zo zinnig? Hebben we er niet meer aan om te spreken van (en streven naar) ‘rustige vooruitgang’. Een manier van werken waarin grote ambities, doelen en eisen, gecombineerd worden met rust, realiteitszin en ruimte. Ruimte voor vertragen als het nodig is, voor reflectie als daar behoefte aan is, voor oprechte aandacht voor elkaar en elkaars werkbeleving. Voor collegialiteit dus. Een van de belangrijkste hulpbronnen binnen ons bedrijf. Goed werkende systemen staan overigens op twee. Maar daar gaat deze column niet over.
Deze column van Wilma van der Scheer verscheen in de oktober uitgave van ons online magazine Podium.

