Studiedag 2024

Gedeeld leiderschap in netwerken

Welke moed en moeite vraagt dit?

Organisaties in zorgnetwerken hebben de intentie om samen te werken vanuit gedeeld leiderschap, maar de uitvoering is weerbarstig. Het kan hard werken zijn om niet verstrikt te raken in de verschillende belangen, perspectieven en administratieve eisen. Hoe deze dynamiek te ontstijgen?​ Onze studiedag 2024 stond in het teken van deze vragen.

“’Netwerk-moet vraagt Netwerk-moed’. Een van de lessen die ik meeneem van de studiedag. We zullen in andere verbanden – netwerken – gaan samenwerken, om daarbinnen de uitdagingen in de zorg het hoofd te bieden. Dat vraagt netwerk-moed van de netwerkspelers, ieder op zijn eigen niveau. Het vraagt inbreng van je persoon, van openstaan voor ongemak, afscheid nemen van je voorkeurspatronen. Het geeft hoe dan ook gedoe … heel moedig als je hieraan wilt deelnemen en jezelf durft in te brengen.​”

Arrianne Slijkhuis

projectleider Verpleegkundige van Morgen bij Rijnstate

Terugblik

De moed en moeite die samenwerken kost, en wat het oplevert. Experts en ervaringsdeskundigen vertelden erover tijdens de studiedag ‘Gedeeld leiderschap in netwerken’.

Je kan niet met ze leven, en niet zonder ze” geldt zeker voor netwerken in de zorg. Om de uitdagingen aan te gaan en transitie mogelijk te maken, moeten zorgorganisaties en andere partijen in het sociaal domein het samen doen. Samenwerken brengt gedoe en puzzels en dwingt je soms tot kleine stapjes. Het vraagt moed om naar voren te stappen en je uit te spreken en moeite om iets extra’s te doen.

5x inspiratie uit de studiedag:

Gedeelde zorgen vragen om gedeeld leiderschap. Gedeelde dromen ook.

Wilma van der Scheer volgde dit jaar verschillende samenwerkende bestuurders in hun queeste naar gedeeld leiderschap in netwerken. Dit vraagt nieuwe vaardigheden van bestuurders, die tegen bestaande gewoontes in gaat. Allereerst relationele transparantie: openheid over eigen denken en voelen, over hoe je je tot de ander verhoudt en welke overwegingen daarin een rol spelen. Ten tweede: bestuurlijke lenigheid, de bereidheid om je aan te passen. Samen leren en werken aan nieuwe normen, een nieuwe taal. Maar ook kunnen in- en uitzoomen, denken vanuit het deel en het totaal. En tot slot: doelvastheid, werken en spreken vanuit het doel van de samenwerking en dat doel ook als maatstaf hanteren. Te vaak ziet zij doel/middelverwarring: het netwerk wordt tot doel verheven en het eigenlijke doel wordt uit het oog verloren.

Netwerken zijn gebaat bij professionele vriendschappen

Werken in netwerken, wat betekent dat voor je positie en organisatie? Bestuur jij netwerken, of hebben netwerken sturende kracht? Wilma van der Scheer lichtte het onderzoek van Oemar van der Woerd toe; hij onderzocht zorgnetwerken in verschillende regio’s en zag een grote veelheid aan netwerken. Ook de redenen waarom en de manieren waarop ze ontstaan, zijn heel divers. Veel netwerken ontstaan vanuit een gemeenschappelijk doel, dat groter is dan de eigen organisatie. Aan de andere kant zijn er besturen die een netwerk als middel in hun organisatiestrategie gebruiken.

Netwerken ontstaan vaak tussen professionele vrienden, die een gezamenlijk doel hebben: betere zorg leveren. Maar professionals kunnen alleen samenwerken, als er op alle niveaus aan meegewerkt wordt.

Maak het persoonlijk, maak het samen

In een samenwerking heb je meerdere doelen te dienen: die van de organisatie, de patiënt, je collega’s. Hoe open kun en durf je te zijn? Waar voel je je verantwoordelijk voor? Als netwerkregisseur voelt Sabine Veldhuis zich verantwoordelijk voor de samenwerking tussen de partijen in het netwerk, maar haar invloed is beperkt. Ze vertelt in een video-interview dat dit spanning oplevert. Samen afspraken maken is altijd ook persoonlijk, je wilt zien dat iemand betrokken is en commitment heeft. Volgens Wiko Vlasblom, de bestuurder uit het andere video-interview, is het daarom belangrijk om tijd door te brengen met je samenwerkingspartners en door te vragen op gevoeligheden en onzekerheden.

Spreek vanuit het netwerk: je bent het netwerk

Bestuurders zijn per definitie naast organisatieleider ook netwerkleider. Daar heb je verantwoordelijkheid in te nemen, en dus blijf je als bestuurder eindverantwoordelijk voor de netwerken, stelt Frank Beemer, netwerkleider en programmaleider van . Volgens hem moet je in netwerken op twee dingen sturen: de taak (‘hebben we daar dezelfde opvattingen over?’) en de procesverantwoordelijkheid. Medeverantwoordelijkheid, dat is de kunst. Ombudsman Rotterdam-Rijnmond Marianne van den Anker noemt het samenaarschap: niemand wil alleen eigenaar zijn van de oplossing, we moeten samenwerken. Vanuit bestuurders is daarvoor nodig dat ze zorgen dat samenwerkingsverbanden mandaat en geld hebben.

Gedoe is goed

Gedoe kan samenwerking bevorderen. Iriszorg en Pro Persona begonnen een samenwerking na een crisis. Bestuurders Marc Verbraak en Marjan Verschuure vertellen over de weerstand tegen de plannen van Pro Persona om bedden voor ggz en verslavingszorg te concentreren in Nijmegen en Arnhem. Andere partijen in de regio zagen dat ze een groot probleem hadden, als dit zou gebeuren. “Als jullie niet willen dat we weggaan, dan moeten jullie ons helpen”, zei Pro Persona, en zo geschiedde: Iriszorg en de RIBW’s sprongen in. Het resulteerde in een samenwerking waarin de zorg voor complexe patiënten sterk verbeterde, en collega’s uit de verschillende organisaties elkaar steeds beter weten te vinden. Verbraak: “het is niet vanzelfsprekend. Op inhoud is iedereen het erover eens. Maar meer samenwerken kost meer tijd, wie betaalt dat? En hoe zit het met mijn professionele verantwoordelijkheid? En dat zijn wel puzzels die we op moeten lossen.”

Samenwerken gaat niet vanzelf. Het gaat schuren en het gaat gedoe geven, en dat moet ook. Aan transitie werken, kan niet zonder gedoe.

Meer over Gedeeld Leiderschap bij Erasmus Centrum voor Zorgbestuur

In ons onderzoek en onze onderwijsprogramma’s komt dit thema steeds weer terug.

LEREN

Continu verbeteren 

De pijler ‘Leren’ van Dutch Quality Movement helpt ziekenhuizen om continu verbeteren onderdeel te maken van het dagelijks werk. Dat gebeurt door leren te versterken op drie momenten: in de situatie zelf, na afloop van een situatie en toekomstgericht.

In de praktijk betekent dit dat teams sneller kunnen bijsturen in het moment, beter begrijpen wat er gebeurt in de zorg, en bewuster keuzes maken die later het verschil maken. Zo wordt zichtbaar hoe leren daadwerkelijk doorwerkt in beter handelen.

De FlaQuM MultiScan maakt zichtbaar in hoeverre leervermogen aanwezig is in teams en organisaties. Het laat zien waar leren al vanzelf doorwerkt in verbeteringen, en waar dat nog minder gebeurt.

Vanuit dit inzicht worden leerinterventies ontwikkeld die aansluiten bij wat teams in de praktijk nodig hebben. Bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit van zorg, leiderschap en verbeteren. Professionals die binnen Dutch Quality Movement werken aan kwaliteit, delen praktijkervaringen tussen ziekenhuizen in leersessies met inspirerende sprekers. Ze vormen een actief leernetwerk tussen ziekenhuizen.

Ook maken ziekenhuizen deel uit van een groeiend nationaal en internationaal netwerk waarin wordt geleerd over wat kwaliteit van zorg betekent in de praktijk. Door het uitwisselen van ervaringen en gezamenlijk onderzoek ontstaan nieuwe inzichten.

Zo wordt leren een voortdurende beweging in de organisatie: ervaringen uit de praktijk worden steeds opnieuw vertaald, samen met patiënten, naasten en professionals naar beter handelen in het dagelijks werk.

DOEN

Duurzaam kwaliteitssysteem

We weten dat er variatie is tussen ziekenhuizen in de kwaliteit van zorg. Die variatie laat zich niet goed verklaren door factoren zoals omvang van het ziekenhuis of regionale context. Dat roept een belangrijke vraag op: wat maakt dat kwaliteit in het ene ziekenhuis wel duurzaam tot stand komt en in het andere minder goed wordt vastgehouden?

Steeds duidelijker wordt dat het kwaliteitssysteem hierin een belangrijke rol speelt; de manier waarop kwaliteit in de organisatie is ingericht, verbonden en ondersteund.

Dat systeem functioneert als het ‘motorblok’ van de organisatie: het bepaalt of verbeteren in het dagelijks werk vanzelfsprekend wordt, of afhankelijk blijft van losse initiatieven en individuele inzet. Worden bijvoorbeeld uitkomsten en ervaringen van patiënten structureel teruggekoppeld? Hoe worden verbeteringen vastgehouden wanneer de aandacht verschuift?

In de pijler ‘Doen’ van Dutch Quality Movement maken we dit zichtbaar met het FlaQuM Co-creatiemodel en de Maturiteitsmatrix. Deze instrumenten laten zien hoe het kwaliteitssysteem in de praktijk functioneert en hoe volwassen de organisatie is in het ondersteunen van dagelijks verbeteren van zorg. Daarmee wordt duidelijk waar een organisatie staat, en ook waar de ruimte ligt om verder te groeien.

Vanuit dat inzicht kunnen ziekenhuizen gericht kiezen waar zij zich in willen ontwikkelen. Teams vertalen die keuzes naar hun dagelijkse manier van werken. Zo groeit het kwaliteitssysteem mee met de praktijk die het moet ondersteunen; stap voor stap, en steeds beter in staat om kwaliteit duurzaam te dragen.

DENKEN

Toekomstbestendige kwaliteitsvisie

Kwaliteit van zorg betekent niet voor iedereen hetzelfde. Patiënten, naasten, professionals en partners in de regio kijken daar ieder op hun eigen manier naar. Voor sommigen staat veilige, effectieve, efficiënte en toegankelijke zorg centraal. Anderen hechten vooral aan gelijke behandeling, passende, duurzame en waardige zorg. Kwaliteit van zorg is niet statisch en wat belangrijk is, kan in de tijd veranderen.

In de pijler ‘Denken’ van Dutch Quality Movement ontwikkelen ziekenhuizen samen met betrokkenen een toekomstbestendige kwaliteitsvisie die richting geeft aan de dagelijkse praktijk. Een visie die in beweging blijft, net als de zorg zelf.

De FlaQuM Quickscan maakt zichtbaar in hoeverre deze kwaliteitsvisie in de praktijk wordt herkend en terug te zien is, zowel in de zorg voor patiënten als in de zorg voor medewerkers. Het is een vragenlijst die wordt voorgelegd aan professionals, de eerste lijn en patiënten en naasten, die een beeld geeft van waar het ziekenhuis staat. Waar verschillen de scores? Welke dimensies van kwaliteit krijgen in de praktijk voldoende aandacht en welke vragen om ontwikkeling?

Zo blijft de visie op kwaliteit levend en verbonden met wat er echt toe doet voor patiënten, naasten en professionals.

Advies nodig voor de juiste keuze?

Wil je graag een opleidingsprogramma volgen? En twijfel je welk programma het beste past bij jouw specifieke behoefte? Programmamanager Maaike Moen adviseert je graag. Vul het formulier in en omschrijf duidelijk jouw vraag. Zij neemt dan persoonlijk contact met je op (bij voorkeur telefonisch).

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.