Wetenschap, praktijk en beleid verbinden, dat is wat Richard Janssen in zijn carrière als wetenschapper en bestuurder altijd heeft beoogd, en wat hij ook deed bij Erasmus Centrum voor Zorgbestuur. In 2025 nam hij afscheid als hoogleraar, als docent in verschillende programma’s, zoals de MHBA en als programmaleider van de Governance Class.
“Wat gebeurt hier nou eigenlijk, hoe kunnen we dit vraagstuk begrijpen?” Als zorgbestuurder beschouwde Richard Janssen de opgaves waar hij mee te maken kreeg met een conceptuele blik. Een eigenschap die hij uit zijn academische achtergrond meenam naar de praktijk. En die hem een eigenzinnige kijk op de sector opleverde. Bij het decentraliseren van de jeugdzorg bijvoorbeeld, zag hij destijds ook de voordelen. “Ik zag het zo: voorheen deed je met een partij zaken, en nu met wel twintig. Welke ondernemer wil er nou niet méér klanten? Het is bewerkelijker, maar het geeft ook kansen. Als er betere randvoorwaarden waren gecreëerd, was het misschien wel beter afgelopen.”
Toegepaste wetenschap
In zijn carrière maakte Richard de verbinding tussen wetenschap en praktijk, in zijn werkzaamheden zocht hij dat ook steeds op. Hij was bijzonder hoogleraar bij Health Care Governance (HCG), een onderzoeksgroep van de faculteit ESHPM. “Ik houd me niet met fundamentele vraagstukken bezig maar ik vind het leuk om verbinding tussen disciplines te zoeken en dat zit hier ingebakken. Deze vakgroep doet aan multidisciplinaire, toegepaste wetenschap en slaagt er goed in die verbinding te maken. Daarom voelde ik me er thuis. De samenwerkingen van HCG met het veld en het Erasmus MC verkleint ook de afstand tot de praktijk.”
Kennis verspreiden
Bij Erasmus Centrum voor Zorgbestuur zette Richard zich in om de kennis uit de wetenschappelijke onderzoeken beschikbaar te maken voor zorgbestuurders. “Het Centrum heeft een belangrijke rol in de disseminatie van kennis en expertise. Een van de dingen waar ik trots op ben is het jubileumboek, onze body of knowledge. Die bundel maakt de kennis en expertise zichtbaar en tastbaar. Dat is iets wat nog wel een tijdje ‘geldig’ blijft.” Bij het Centrum zullen we Richard nog gaan missen, weet ook Wilma van der Scheer, directeur van Erasmus Centrum voor Zorgbestuur: “Richard is een interessante denker. Autonoom en vormend. Hij daagt collega’s en deelnemers uit eigen standpunten te formuleren en die vervolgens kritisch te onderzoeken. Dat maakte hem tot een geweldig fijne collega.”
Reflecteren op de eigen praktijk
Speciale aandacht heeft Richard gehad voor toezichthouders in de zorg. In 2019 nam hij de programmaleiding van Governance Class over van Marlies Ott. Hij nam daarin ook zijn eigen ervaring als toezichthouder mee. “Wat me aanspreekt aan Governance Class is dat het programma aanhaakt bij een behoefte van toezichthouders om te reflecteren op de eigen praktijk. Deelnemers leren van en met elkaar. En daarom is diversiteit in de groep erg belangrijk. Voorbeelden aanhalen en daar in vertrouwelijkheid naar kijken, dat levert heel veel inzichten op.” Zoals in hoe zorgorganisaties met voorkeuren van hun cliënten omgaan: “In verbinding zijn met de gebruikers van je zorg, en horen waar het misgaat, ervaren sommige toezichthouders als ingewikkeld. Een controller kun je vragen: hoe staan we er financieel voor? Maar die diverse groep cliënten, die vraagt specifieke aandacht.”
Toezichthouder met inhoud
De rol van de toezichthouder vindt Richard een heel interessante: “Je moet er gevoel voor hebben, je moet afstand kunnen behouden tot de bestuurder maar ook die afstand kleiner kunnen maken als de situatie om nabijheid vraagt. Toezichthouder worden is iets voor mensen die niet alleen uitvoerend bezig willen zijn maar ook de zaken weten te overzien. In raden van toezicht is ook veel vraag naar mensen met zorginhoudelijke expertise, bijvoorbeeld op kwaliteitsvraagstukken. Ik heb altijd geprobeerd om juist ook die professionals voor het toezichthouderschap te enthousiasmeren.”
Vanaf 2026 is Sophie Bijloos programmaleider van Governance Class. Lees hier meer over de nieuwste editie van deze leergang.

